Stel cookie voorkeur in

Uitgangspunten

De basis van het Montessori-onderwijs – wat is Montessori-onderwijs?

Help mij het zelf te doen

Iets helemaal zelf kunnen geeft een kind zelfvertrouwen. Het is niet langer afhankelijk van anderen, maar komt op eigen kracht vooruit. Daarom zijn zelfstandigheid en verantwoordelijkheid heel belangrijk binnen het Montessorionderwijs. Voor volwassenen is het niet altijd makkelijk om een kind op te voeden tot zelfstandigheid. We zijn geneigd het kind te helpen als iets niet meteen lukt: even die rits dichtdoen voor je kleuter, snel de sporttas inpakken voor je achtjarige. Op korte termijn help je je kind daarmee, maar op de lange termijn heeft het er veel meer aan als het leert om de dingen zelf te doen.

Op de Aquamarijn zie je zelfstandigheid en verantwoordelijkheid op allerlei momenten terug:

Ieder kind heeft een taakje in de klas en helpt de klas netjes te houden.
Kleuters doen zoveel mogelijk zelf bij het omkleden voor de gymles.
Kinderen kiezen zelf hun werk, pakken zelf de materialen en ruimen naderhand zelf weer op.
Oudere kinderen helpen jongere kinderen, bijvoorbeeld bij het oefenen met lezen.

 

Vrijheid in gebondenheid

In het Montessorionderwijs krijgen kinderen veel vrijheid bij het kiezen van hun werk. Ze kiezen zelf de volgorde van hun werk, op welke plek ze hun werk willen maken en of ze dat samen of alleen willen doen. Het ene kind begint met rekenen, het andere pakt eerst een leesboek. Een derde start de dag met een taalwerkje op een kleedje op de grond, terwijl twee andere kinderen gaan samenwerken aan een tafel op de gang.

Die vrijheid zorgt ervoor dat kinderen vanuit hun innerlijke motivatie aan het werk gaan. Als je iets doet waar je zelf voor gekozen hebt, is het leereffect veel groter.

Maar er zijn wel grenzen aan de vrijheid. Dat het kind de ruimte krijgt om op zijn of haar eigen manier aan het werk te gaan, betekent niet dat zomaar alles kan. Kinderen moeten zodanig aan het werk gaan, dat ze anderen niet storen. Er zijn duidelijke afspraken over het gebruik van de materialen, de voorwaarden voor werken buiten de klas en de activiteiten waar de kinderen uit kunnen kiezen.
 

Het kind staat centraal

Ieder kind ontwikkelt zich anders en in eigen tempo. De een gaat wat sneller, de ander wat langzamer en de ontwikkeling verloopt soms met sprongetjes. Daarom geloven wij niet in één aanpak voor alle kinderen. Het kind moet niet bij het onderwijs aansluiten, maar het onderwijs moet bij het kind aansluiten. Als een kind de keuzevrijheid niet goed aan kan, biedt de leerkracht meer structuur. Als een kind juist meer vrijheid aankan, krijgt het die. Een kind dat een leerstofonderdeel al beheerst, hoeft niet meer alle instructies te volgen. En wie nog moeite heeft met een onderdeel, krijgt juist extra hulp.

 

Uitnodigende leeromgeving

Om kinderen de mogelijkheid te geven om hun eigen keuzes te maken, is het belangrijk dat de omgeving uitnodigt tot leren en ontdekken. Op een Montessorischool besteden de leerkrachten daarom veel aandacht aan de ‘voorbereide omgeving’. In de lokalen staan open kasten, waar de materialen overzichtelijk in staan. Er is een aandachtstafel waarop voorwerpen en platen te vinden zijn die bij het thema passen waar de groep aan werkt. Aan de muren hangen inspirerende werkjes van kinderen, die anderen uitnodigen om dat werkje ook eens te proberen.